“Ik blijk goed te kunnen schrijven”

Na een burn-out die het einde van de zwemcarrière van Moniek Nijhuis (29) markeerde, is zij nu hard op zoek naar een nieuwe loopbaan. ‘Mijn wereld staat op z'n kop.’

‘Je leeft in je bubbeltje’, zegt Moniek Nijhuis terugkijkend op haar zwemcarrière. Ze won vele plakken, werd 6e op de Olympische Spelen in Londen en zou als kroon op haar werk stralen tijdens de Olympische Spelen in Rio de Janeiro.

Het liep anders.

‘Door allerlei gebeurtenissen raakte ik een jaar voor de Olympische Spelen mijn trainer kwijt. Ik moest op zoek naar een nieuwe coach en had het gevoel dat ik er helemaal alleen voor stond’, vertelt ze. Nijhuis vertrok naar de Engelse stad Plymouth waar ze ging trainen met Olympisch kampioene Ruta Meilutyte. Het was keihard werken. ‘Natuurlijk, als je je grenzen overschrijdt, word je beter. Maar als je die grenzen blijft overschrijden, komt er een moment dat je niet meer kunt.’ In deze periode waarin ze veel zelf moest regelen en beslissen, liep Nijhuis zichzelf compleet voorbij. Ze kreeg een burn-out en Rio werd een onhaalbaar doel. ‘Het voelde als falen. Ik zat er fysiek en mentaal helemaal doorheen en huilde veel. Ik vroeg me af wat ik waard was zonder zwemmen. Ik identificeerde mezelf alleen maar met de zwemster Moniek.’

Nadat ze de hoop op een comeback in de herfst had opgegeven, realiseerde Nijhuis zich dat ze door moest. Ze ging, op therapeutische basis, aan de slag bij de supermarkt in het dorp waar ze opgroeide, Overdinkel en doorliep een traject bij De Sportmaatschappij.

‘‘Als mij iets wordt gevraagd, zorg ik —bam! bam! bam! — dat het gebeurt’’

Bam! Bam! Bam!

Een halfjaar later is ze op de wegterug. Nijhuis loopt stage bijvitaliteits-coachingsbureau EnergyUp!: ‘Ik blijk goed te kunnenschrijven dus ik schrijf blogs enartikelen en help daarnaast met van alles: van de boekhouding tot het organiseren van projecten. De inhoud van de trainingen die ze geven, ken ik vanuit mijn sportcarrière. Wie weet kan ik ooit zelf gaan coachen. Ze vinden in ieder geval dat ik hard werk: als mij iets wordt gevraagd, zorg ik, Bam! Bam! Bam! dat het gebeurt. Dat ben ik gewend.’

Achteraf gezien had Nijhuis beter begeleid willen worden in het nadenken over haar toekomst. ‘Nadat ik mijn bachelor economie & bedrijfskunde had gehaald, focuste ik weer vol op de sport. Maar ik lag niet de hele dag in het zwembad en, achteraf gezien, had ik best tijd gehad om meer met later bezig te zijn’, zegt ze. Daarin werd ze niet gestimuleerd. ‘Dat zou ten koste gaan van de prestaties, dachten ze.’

Volgens Nijhuis verandert er wel wat: ‘Sporters zijn meer bezig met zelfontplooiing, want iedereen weet: sport is eindig. Ik denk dat het goed is als ze daarbij geholpen worden. Daar ligt een verantwoordelijkheid voor bonden en coaches.