Door: Bart Jungmann 21 januari 2017, Uit: de Volkskrant

Als adolescent uitblinken in sport is één ding, maar topsportende tieners scoren vaak ook hoog op 'cognitieve vermogens'. Ligt dat aan het feit dat ze topsport bedrijven of is het al eerder bepaald?

Wie thuis met pubers te maken heeft, zal zich vast herkennen in die waarschuwing van neuropsycholoog Jelle Jolles. Onberekenbare wezens zijn het nog, persoonlijkheden die alle kanten uit schieten. Het ontbreekt ze met name aan zelfinzicht, schrijft Jolles in zijn onlangs verschenen boek Tienerbrein. Omdat zij, juist dankzij hun sport, al ruimschoots beschikken over dat zelfinzicht

Maar hoe zit het met hun topsportende leeftijdgenoten, met Max Verstappen, Mathieu van der Poel en, meest recent, Justin Kluivert? Hoe kunnen zij zich zo succesvol weren in een wereld die geen geduld heeft voor werk in uitvoering? Omdat zij, juist dankzij hun sport, al ruimschoots beschikken over dat zelfinzicht.

Neem Justin Hoogma. Vorig jaar maart maakte hij, slechts 17 jaar oud, zijn debuut bij Heracles. Nu, een seizoen later, is Hoogma een vaste kracht in de verdediging. Een jongen kun je hem allang niet meer noemen. Justin Hoogma, zoon van algemeen directeur Nico-Jan Hoogma, oogt als een solide kerel, rustig en weloverwogen. De puberteit moet iets van lang geleden zijn.

Lot Verburgh is neuropsycholoog. Voor haar promotieonderzoek aan de Vrije Universiteit in Amsterdam ging Verburgh aan de slag bij Ajax. De vraag luidde of het ook mogelijk is op jonge leeftijd veelbelovende voetbaltalenten psychisch te onderscheiden. Of ze een goede pass in huis hebben, ziet iedereen. Maar hoe zit het met hun ruimtelijk inzicht? Hoe secuur pikken ze opdrachten op?

Verburgh: 'Zodra een talent zich heeft gevestigd, zijn er altijd kenners die met Cruijffiaanse wijsheden beweren dat ze het altijd hebben gezien. De vraag was: kun je dat ook met neuropsychologie meten?' Het antwoord daarop bleek tweeledig: het kan, maar de uitkomst is betrekkelijk. Zoals een beginnende tiener lichamelijk nog sprongen maakt, zo doet zijn brein dat ook.

Neuropsychologie legt de relatie tussen hersenen en gedrag bloot. Het sportveld is daarvoor een uitstekend werkterrein. Jelle Jolles in zijn boek: 'Om een goede sporter te worden, moet een adolescent zich ontplooien in meerdere dimensies.' Naast de lichamelijke vaardigheden speelt de psyche een belangrijke rol. Leert de adolescent van zijn of haar fouten? Heeft de adolescent oog voor samenspel? Ook daarin, misschien juist daarin, komt bovengemiddeld talent bovendrijven.

Justin Hoogma was 10 en speelde bij Quick '20 in woonplaats Oldenzaal toen FC Twente hem in het vizier kreeg. Het werden lange dagen die een hoop discipline vereisten. 's Morgens om zeven uur stond een busje klaar om hem te vervoeren van Oldenzaal naar Hengelo, waar Heracles en Twente de handen ineen hadden geslagen.

Naast de dagelijkse trainingen doorliep Hoogma het vwo op een Loot-school in Enschede, speciaal ingericht voor sporttalent. 's Avonds om zeven uur ging de sleutel weer in de voordeur. Aanvankelijk speelde hij op het middenveld. Na een groeispurt in zijn tijd als C-junior schoof hij door naar het centrum van de achterhoede. Dat is zijn plek gebleven. Het ging hem zelfs zo goed af dat Hoogma altijd samenspeelde met jongens die een jaar ouder waren. 'En op school heb ik ook een klas overgeslagen.' Uit zijn mond klinkt dat bijna als een achteloze mededeling.

Uitblinken op school en in de sport gaan vaak gelijk op. 'Niet vanzelf natuurlijk', zegt Marije Elferink-Gemser, bewegingswetenschapper aan de Universiteit van Groningen. 'Het is ook een kwestie van je best doen. Maar als dat gebeurt, scoren sporters vaak een stuk beter dan andere leerlingen. Dat geldt ook voor voetballers, voegt ze er nadrukkelijk aan toe. 'Van voetballers wordt veel te vaak beweerd dat ze niet zo slim zijn.'

Elferink kan nog een aantal kwaliteiten opsommen waarin de topsportende tiener zich onderscheidt van zijn generatiegenoten: doelgerichter, beter in plannen, beter ook in het oplossen van problemen of het wegnemen van barrières. Die kwaliteiten heten in de psychologie 'hogere cognitieve vermogens'.

Turner Epke Zonderland en voetballer Ruud van Nistelrooij worden vaak van stal gehaald als schoolvoorbeelden in de vlotte verwerving van kennis en de verwerking daarvan. Elferink: 'Ze wisten heel goed waar ze naartoe wilden en hoe ze dat moesten bereiken.'

Van Nistelrooij noteerde de aanwijzingen van trainers in een boekje. Zonderland had zorgvuldig zijn weg naar een gouden medaille op de Olympische Spelen van Londen uitgetekend. Ook een onderscheidende eigenschap: het stellen van realistische doelen. Het onderscheid werd duidelijk toen bleek dat toptalenten beter scoorden op cognitieve vaardigheden

De vraag is waar de sleutel tot het succes ligt: is het talent zo goed van zichzelf of creëert de sport dat? Elferink heeft er onderzoek naar gedaan bij de jeugd van AZ en Emmen. Het idee was toptalent te onderscheiden van regionaal talent. Het onderscheid werd duidelijk toen bleek dat toptalenten beter scoorden op cognitieve vaardigheden, zoals het onderdrukken van impulsieve handelingen. 'Kennelijk hebben de echte toppers dat in zich en de subtoppers niet.'

Zowel Elferink als Verburgh benadrukt dat de sportwetenschap op dit vlak nog in de kinderschoenen staat. 'Je kunt wel van alles meten', zegt de laatste. 'Maar de vraag is wat je er aan hebt.' Niettemin wordt de potentiële waarde van hun werkzaamheden onderkend. Beiden verlenen ze hun diensten aan sportbonden en voetbalclubs.

Tijdens de winterstop vorig jaar maakte Justin Hoogma als aanvoerder van de A1 de overstap naar de selectie van Heracles. Bij FC Twente was de onzekerheid op dat moment groot. Wat zouden de gevolgen zijn van het financiële wanbeleid? Ook nu is hij allesbehalve het type dat zich het hoofd op hol laat jagen

Hoogma heeft er geen moment spijt van gehad. In maart mocht hij voor het eerst de reservebank verlaten om de geblesseerde Ramon Zomer te vervangen. Inmiddels hebben knieklachten Zomer definitief buitenspel gezet, zodat Hoogma eerste keus werd.

Terugkijkend op zijn wording als eredivisievoetballer kan Justin Hoogma zich goed vinden in het geschetste beeld. Voetbal heeft hem eerder zelfstandig en volwassen gemaakt. Ook nu is hij allesbehalve het type dat zich het hoofd op hol laat jagen. Eerst wil Hoogma bij Heracles een dragende speler worden. Daarna kan er pas sprake zijn van een nieuwe doelstelling in zijn loopbaan.

Voordat het zover is, wil hij zich anderszins scholen. Deze week zijn de boeken voor de studie cultuurwetenschap binnengekomen. 'Ik wil mijn tijd nuttig besteden. Het is een algemene studie waaraan ik straks ook nog wat heb. En ik hoop dat het me afleidt van het voetbal. Dat ik niet een week blijf hangen in een slechte wedstrijd.'