Over oud-schaatser Mark Tuitert in NRC (27 feb 2016)

Hij schrijft columns en blogs, hij heeft met zijn Sportmonoloog in de theaters gestaan, hij geeft presentaties en hij is in te huren als spreker voor bedrijven. Daar vertelt hij over zijn carrière. Over zijn „angsten, onzekerheden, passie en pijn”. Over „de hobbels en obstakels, nukken en grillen” . Over alles wat ertoe heeft bijgedragen dat hij werd wat hij wilde worden: een winnaar. Wat is dat toch, vraag ik, die fascinatie van managers voor topsporters? Je zou toch denken dat het succes van één individu, de schaatser, weinig overeenkomsten heeft met het succes van een bedrijf, een collectief. „Ik hou ze een spiegel voor”, zegt hij. „Sport is een metafoor. Ik laat ze een wereld zien waarin geen grijs bestaat, maar alleen zwart en wit.” In een bedrijf, zegt hij, kun je je verstoppen. „Voor de anderen en voor jezelf.” Maar een schaatser is naakt als hij – in z’n eentje en in een „condoompak” – zijn werk moet doen in een vol stadion met draaiende camera’s. „Ik heb een geluidsfragment... Weet je wat het verschil is tussen de tiende plaats en een gouden medaille?” Hij knipt met zijn vingers. „Knip. Dat is het. Je hóórt het niet eens. Maar het is een wereld van verschil.”

Hij is aan het afbouwen, van vijf dagen per week sporten, naar vier en dan twee. Voetbal, krachttraining, hardlopen, fietsen. „Beter zou het zijn als ik elke dag wat deed.” Het topsportbestaan heeft van hem een junkie gemaakt. „Ik ben gewend mijn hartslag te voelen, mijn longen, mijn spieren.” De samenleving, zegt hij, is gericht op zitten, gemak, auto rijden. De gedachte alleen al dat hij als een „geconditioneerde aap” op een kantoor zou moeten zitten. „Ik kan het niet. Ik verzet me er tegen.” Hij is zijn toekomst aan het bedenken. „Ik verzin veel en begin veel. Nu moet ik het nog zien af te maken.” Alleen, die twijfel.. „Zal ik dit, of toch maar.... Tijd om na te denken is slecht voor een topsporter.” Ook als hij het niet meer is.

...

Niks zo onzeker als een topsportbestaan, zegt hij. Maar is de keuze ervoor eenmaal gemaakt: dan heb je overzicht en duidelijkheid. „Er is één groot, hoger doel en daar moet alles voor wijken.” Voor twijfel is geen ruimte, voor afleiding evenmin. „Het slokt je op, ook intellectueel. Films? Geen tijd voor. Belangstelling voor wereldnieuws? Mwa. Studie? Dat al helemaal niet. Boeken die je wil lezen? Beter van niet.” En ja, zo’n leven is eenzijdig, arm en monomaan. Te arm, vond bijvoorbeeld schaatser en teamgenoot Beorn Nijenhuis. Hij beëindigde zijn schaatscarrière en begon een studie neurowetenschap. „Ik begrijp hem helemaal. Maar toch, door je zo op één doel te concentreren, leer je onder hoge druk en in extreem korte tijd jezelf kennen. Je lichaam kan alleen op de toppen functioneren, als je geest dat ook doet. Dat mis ik nu wel, dat gevoel van complete controle.”

Bron: http://www.nrc.nl/handelsblad/2016/02/27/ik-mis-complete-controle-1592522


Over wielrenner Tom Dumoulin in NRC (27 feb 2016) 

Een intelligente jongen, Tom Dumoulin. Een IQ tussen de 130 en de 140 - hij lacht en zegt dan: "zou kunnen". Hoe haalt hij intellectuele uitdaging uit megalomaan trappen op een fiets tot het zoveel pijn doet dat het lekker is - zijn eigen woorden? "Zelf ontplooiing heeft vele facetten", zegt hij terwijl hij achterover in zijn stoel gaat zitten. "Ik vind het bijvoorbeeld erg leuk om de organisatie en de voorwaarden te creeren die os team tot een succes maakt. Daar heb ik natuurlijk de nodige invloed op. Ik ben de kopman. Ik denk dat ik daarom nu meer leer dan op een managementopleiding."

...

In interviews bewaakt Dumoulin voortdurend zijn grenzen. Hij weet precies waar hij het wel en vooral niet over wil hebben. Hoe was hij als jongetje? "Rustig, vrij open. Niet de moeilijkste en ook niet de makkelijkste. Maar verder is dat toch niet interessant?" Zijn vriendin? No-go-area. Ouders? Idem. Zaken en privé houdt hij gescheiden. "Hoe ik dat doe? Logica."

Bron: http://www.nrc.nl/next/2016/02/27/van-laat-maar-waaien-tot-perfectionist-1591860


Hockeyer Robert van der Horst op zijn eigen website (14 jan 2016) 

De afgelopen maanden is het enorm gaan kriebelen om te starten. Ik zie bij teamgenoten dat de combinatie topsport en werk elkaar niet hoeft te bijten en ik ben niet minder met hockey bezig dan de periode hiervoor. Ik werk gelukkig samen met twee ervaren partners, die mij de komende maanden op weg naar Rio zullen ondersteunen. Ik ben nog helemaal niet bezig met mijn afscheid van de topsport, maar ben nu wel op de leeftijd gekomen dat je ook begint na te denken over een leven na het hockey. De focus blijft voor nu dus absoluut op tophockey, maar ik kan toch al iets oplijnen voor mijn toekomst daarna. Het is fijn om dan niet op nul te hoeven beginnen.

http://www.robertvdhorst.nl/news/nieuws/ondernemen-in-de-topsport-8887